Rb. Noord-Nederland 29 juni 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:2840

Toekenning schadevergoeding na mijnbouw / vaststellingsovereenkomst voor bepaalde schades / enkele niet eerder geregistreerde schades / nader onderzoek naar verzakking nodig Uit artikel 2, vierde lid, aanhef en onder a, van de Tijdelijke wet Groningen (de TwG) blijkt dat verweerder niet bevoegd is om een aanvraag om vergoeding van schade te behandelen indien reeds een vaststellingsovereenkomst is gesloten. Eiseres heeft geen omstandigheden naar voren gebracht die maken dat verweerder met betrekking tot delen van het pleisterwerk op haar woning niet aan deze bepaling kan vasthouden. Eiseres heeft nieuwe schade gemeld en verweerder heeft thans ook vastgesteld dat een deel van de opgenomen schades 2, 3 en schade 6 nieuw zijn ten opzichte van de op 13 maart 2017 gemaakte schadeopname. De overgelegde stukken kan niet worden opgemaakt dat met de NAM de afspraak is gemaakt dat de op 13 maart 2017 opgenomen schade aan het gehele pleisterwerk zal worden afgehandeld door de TCMG. Verder is niet aannemelijk gemaakt dat de op 13 maart 2017 opgenomen schade is verergerd. Gelet daarop heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat hij onbevoegd is om de aanvraag van 3 oktober 2018 te behandelen voorzover die ziet op schade 4 en delen van schades 2 en 3 waarvoor de NAM met eiseres een vaststellingsovereenkomst heeft gesloten. De herstelkosten voor de niet eerder geregistreerde delen van schades 2 en 3 en schade 6 heeft verweerder, in navolging van de calculatie van Nabben van 21 mei 2021, begroot op € 2.744,04. Eiseres heeft het gelijk aan haar zijde voor zover er ten onrechte geen vergoeding voor die schades is toegekend. Het beroep is op dat punt gegrond en het bestreden besluit moet op dit onderdeel gedeeltelijk worden vernietigd. De rechtbank voorziet zelf op dit onderdeel. De rechtbank onderzoekt verder of het geschil finaal kan worden beslecht met betrekking tot hetgeen eiseres over andere schades heeft aangevoerd. Met betrekking tot schades 10 en 12 gaat het om schade die ook is neergelegd in de schadeopname van 13 maart 2017. De schades zijn door deskundige Rooijakkers als identiek beoordeeld. Eiseres heeft naar aanleiding van deze schadeopname overeenstemming bereikt met de NAM. Niet aannemelijk is gemaakt dat de op 13 maart 2017 opgenomen schade is verergerd. Het besluit deze schade niet (opnieuw) te vergoeden kan daarom in stand blijven. Met betrekking tot schade 7 overweegt de rechtbank dat de door eiseres -mede in bezwaar- aangehaalde verzakking van en rondom het pand niet voldoende is onderzocht. Gelet op de definitie van fysieke schade kan verweerder in dit geval niet volstaan met verwijzing naar de mogelijkheid een versterkingsaanvraag te doen. Het bestreden besluit is op dit onderdeel niet deugdelijk voorbereid en gemotiveerd en komt eveneens voor vernietiging in aanmerking. De rechtbank acht de verwijzing van deskundige Nabben naar de notitie van 23 oktober 2020 van Van Staalduinen en Everts onvoldoende om dit gebrek te passeren. Ter zitting is vastgesteld dat Nabben niet bekend is met de inhoudelijke reactie van Meiborg van 1 december 2020, de daaropvolgende reactie van Van Staalduinen en Everts van 16 december 2020 en de vervolgens aangepaste versie (notitie met verduidelijkingen). De rechtbank acht het van belang dat een deskundige die adviseert, kennis draagt van deze uitwisseling van standpunten en de aangepaste versie. Onder deze omstandigheden ziet de rechtbank geen gelegenheid het geschil finaal te beslechten. Verweerder zal worden opgedragen nader onderzoek te doen naar de door eiseres gestelde verzakking. Bij dit onderzoek moet de mededeling van eiseres dat een duiker (mogelijk) defect is worden meegenomen. Vervolgens zal moeten worden bezien of uit dit onderzoek meer schade naar voren komt die voor vergoeding in aanmerking komt. Hierna dient een nieuw besluit te worden genomen. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit gedeeltelijk, voorziet gedeeltelijk zelf in de zaak en draagt verweerder op om nader onderzoek te doen naar verzakking van en rondom het pand en de duiker en met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is opgenomen een nieuw besluit te nemen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken