Rb. Noord-Nederland 29 juni 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:2777

AW. De rechtbank oordeelt dat verweerder niet bevoegd is om eiseres aan te stellen bij Afeer. Het beroep van eiseres op het vertrouwensbeginsel gaat niet op. De rechtbank is het met verweerder dat eens dat hij geen derde ziektejaar heeft toegezegd. Eiseres heeft het tegendeel niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank oordeelt dat aan de bepalingen van de Wnra in de zaak van eiseres geen betekenis toekomt. De grond dat de Wnra anticiperend moet worden toegepast, heeft de rechtbank niet beoordeeld vanwege strijd met de goede procesorde. Het verzoek om schadevergoeding is afgewezen, omdat geen sprake is van een onrechtmatig besluit. De rechtbank vindt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat verweerder haar op basis van oneigenlijke motieven in 2018 niet heeft ontslagen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet. De rechtbank vindt dat de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte niet is geschonden. Het indirecte onderscheid tussen gehandicapte of chronisch zieke medewerkers en medewerkers die dat niet zijn, acht de rechtbank gerechtvaardigd. Niet aannemelijk is gemaakt dat eiseres schade heeft geleden als gevolg van het feit dat zij niet is ontslagen en aangesteld bij Afeer. Niet gebleken is dat eiseres door het feitelijk handelen van verweerder schade heeft geleden. Het beroep is ongegrond verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken