Rb. Noord-Nederland 10 juni 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:2592
oepasselijke socialezekerheidswetgeving. Verweerder heeft terecht met toepassing van artikel 13, eerste lid, onder a, van Vo 883/2004 en artikel 14, achtste lid, van Vo 987/2009 vastgesteld dat over de periode in geding de Nederlandse socialezekerheidswetgeving van toepassing is op eiser. Nederland is partij bij de Rijnvarendenovereenkomst (Stcrt. 25 februari 2011, nr. 3397), zodat de Svb de bijzondere aanwijsregels als in die overeenkomst opgenomen, in het geval van eiser heeft toegepast. De Svb is bij de vaststelling uitgegaan van het aantal uren dat is opgenomen in de vaartijdenboeken. Dit is in lijn met vaste rechtspraak van de CRvB. Eiser heeft in de periode een substantieel gedeelte in Nederland gewerkt. Nu eiser in Nederland woonde, was de Svb bevoegd om op eiser de toepasselijke socialezekerheidswetgeving vast te stellen en een A1-verklaring af te geven. Beroep op het gelijkheidsbeginsel gaat niet op. Het beroep is ongegrond verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl