Rb. Noord-Nederland 28 januari 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:242

Na het ontvangen van een ingebrekestelling heeft verweerder uitspraak op bezwaar gedaan zonder eiseres te horen. De rechtbank oordeelt dat verweerder eiseres haar hoor- en inzagerecht heeft geschonden. Uit de ingebrekestelling volgt niet dat eiseres niet meer gehoord wilde worden. Uit de correspondentie kort na de ingebrekestelling volgt juist onmiskenbaar dat eiseres nog steeds gehoord wilde worden. Dat eiseres niet binnen de twee weken na de ingebrekestelling beschikbaar was voor een hoorgesprek maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat verweerder voorbij kon gaan aan het horen. De rechtbank acht hierbij van belang dat verweerder ruim voorafgaand aan de ingebrekestelling eiseres had kunnen horen en dat eiseres een redelijk tegenvoorstel gedaan heeft voor een datum andere datum voor een hoorgesprek. Dat verweerder dan een dwangsom zou verbeuren is geen reden om af te zien van het horen. De rechtbank verwijst de zaak terug naar verweerder om opnieuw op het bezwaar beslissen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken