Rb. Noord-Nederland 28 mei 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:2094

Het verzoek van het college van burgemeester en wethouders om een vangnetuitkering op grond van artikel 74 van de Participatiewet (PW) over het jaar 2018 is terecht afgewezen. De brief van de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet (de TC) van 11 september 2019 is niet te kwalificeren als een verzoek om (aanvullende) informatie als bedoeld in artikel 10, zesde lid, van het BPw. In de brief heeft de TC in algemene bewoordingen de mogelijkheid gegeven om een zienswijze naar voren te brengen en niet gevraagd om aanvullende, specifieke informatie. Mede gelet op de jarenlange ervaring met de bestaande praktijk (begrotingscyclus) en de voorgeschreven procedures en beoordelingen van de TC, zoals het college dit ter zitting heeft bevestigd, had het college redelijkerwijs moeten begrijpen dat hier geen sprake was van een verzoek om (aanvullende, specifieke) informatie, maar van het geven van gelegenheid tot het naar voren brengen van een zienswijze. Overigens bracht, in dit geval artikel 4:7 van de Awb niet de verplichting mee een dergelijke zienswijze te vragen. De voorgenomen afwijzing was immers niet gebaseerd op gegevens die afweken van gegevens die het college zelf had verstrekt. In artikel 7:11, eerste lid, van de Awb is bepaald dat de heroverweging van het bestreden besluit plaatsvindt op grondslag van het bezwaar. Dit neemt niet weg dat verweerder (de Staatssecretaris van SZW) dient uit te gaan van de informatie die op het toetsmoment of de peildatum van het jaar waarin het verzoek wordt ingediend voorhanden is (in dit geval 15 augustus). Dit is voorgeschreven in artikel 10, zesde lid, van het BPw. De aard van deze regelgeving verzet zich dan ook tegen het meenemen van informatie, die na 15 augustus is ontvangen, in de beoordeling van het verzoek, ook in de bezwaarfase. Uitgegaan moet dus worden van de gegevens die op dat moment beschikbaar of bekend zijn, afgezien van de informatie waar de TC in voorkomen geval specifiek om vraagt. De aanvullende informatie, die het college in zijn zienswijze heeft verstrekt over de in gang gezette acties om de geconstateerde risico’s c.q. onzekerheden te verkleinen of beperken om aan te geven dat de netto lasten de verstrekte uitkering met meer dan vijf procent overstijgen, hoefde verweerder dus niet mee te nemen in de besluitvorming. Verweerder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de netto lasten over 2018 de verstrekte uitkering niet met meer dan 5% overstijgen, zodat het college niet voldoet aan het gestelde in artikel 10, eerste lid, onder c, van de BPw voor toekenning van de vangnetuitkering. Er is dus terecht geweigerd een vangnetuitkering te verlenen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen