Rb. Noord-Nederland 15 maart 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:1148

Art. 1035 lid 7 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv); art. 19 NAI-reglement 2015; bevoegdheid voorzieningenrechter van de rechtbank; onpartijdige en onafhankelijk beoordeling van een wraking Partijen zijn verwikkeld in een arbitrale procedure. Vier eerdere wrakingen van de arbiters zijn aangebracht bij het Comité als bedoeld in art. 19 NAI-reglement. De vijfde en de zesde wraking bij de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd nu het tussen partijen overeengekomen NAI-reglement 2015 voorziet in een institutionele wraking en de inrichting ervan voldoet aan de eisen van onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Gelet op art. 1065 lid 1 sub e Rv acht de voorzieningenrechter verder terughoudendheid aangewezen. In de zesde wraking heeft de voorzieningenrechter zich aanstonds onbevoegd verklaard als bedoeld in art. 279 lid 1 Rv.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken