Rb. Noord-Nederland 21 april 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:4815
Rechterlijke machtiging artikel 24 Wzd. Verzocht om zes maanden. CIZ gaat uit van een eerste rechterlijke machtiging. Betreft echter een opvolgende machtiging nu ten aanzien van betrokkene reeds een machtiging tot voortgezet verblijf als bedoeld in artikel 15 Wet Bopz is afgegeven. Op grond van artikel 76 Wzd is deze machtiging gelijk te stellen met een machtiging tot opname en verblijf krachtens artikel 24 lid 1 Wzd. Derhalve is op grond van artikel 39 lid 5 Wzd feitelijk sprake van een eerstvolgende machtiging waarvoor een geldigheidsduur van maximaal twee jaren gevraagd kan worden. Zorgaanbieder heeft hierom ook gevraagd. Nu CIZ als verzoekende partij zes maanden gevraagd heeft, kan het verzoek slechts voor maximaal die duur toegewezen worden.
De uitspraak op rechtspraak.nl