Rb. Noord-Nederland 21 april 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:4814
Rechterlijke machtiging artikel 24 Wzd. Opvolgende machtiging nu ten aanzien van betrokkene reeds een machtiging tot voortgezet verblijf als bedoeld in artikel 15 Wet Bopz is afgegeven. Op grond van artikel 76 Wzd is deze machtiging gelijk te stellen met een machtiging tot opname en verblijf krachtens artikel 24 lid 1 Wzd. Derhalve is op grond van artikel 39 lid 5 Wzd sprake van een eerstvolgende machtiging waarvan de geldigheidsduur maximaal twee jaren bedraagt ten aanzien van betrokkene met een verstandelijke handicap. Slechts indien kennelijk duidelijk is dat er geen wijziging zal optreden in de voldoening aan de criteria voor opname en verblijf kan op grond van artikel 39 lid 6 Wzd een eerstvolgende machtiging worden verleend voor de duur van vijf jaren. Hiervan is sprake. Machtiging wordt verleend voor vijf jaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl