Rb. Noord-Nederland 28 december 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:4700
Afgifte toelaatbaarheidsverklaring (TLV) speciaal basisonderwijs Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de adviezen van Nordkamp van november 2019 en van ’t Hart en Visser van 8 april 2020 aan zijn volledige heroverweging inzake de beoordeling van de TLV-aanvraag ten grondslag kunnen leggen. Daarbij is van belang dat vaststaat dat Nordkamp en Visser beide onafhankelijke orthopedagogen zijn, waarmee voldaan is aan de noodzakelijke deskundigheid conform het Bekostigingsbesluit. Dat Nordkamp tot haar advies is gekomen in overleg met de CA en dat Visser (net als ’t Hart) lid is van de CT doet niets af aan hun deskundigheid en onafhankelijkheid, nu de Wet op het primair onderwijs ruimte laat voor deskundigenadvisering in commissieverband. Voorts is niet gebleken dat beide adviezen onjuistheden bevatten. Dat de adviezen niet zijn gebaseerd op eigen waarnemingen door de deskundigen van [zoon] leidt niet tot een ander oordeel, nu uit de adviezen volgt dat die zijn gebaseerd op het uitgebreide leerlingendossier van [zoon]. Op basis van dat dossier heeft Nordkamp geconcludeerd dat binnen het regulier basisonderwijs onvoldoende tegemoet kan worden gekomen aan de onderwijsbehoeften van [zoon]. Gezien het gegeven dat de sociaal-emotionele problematiek van [zoon] en zijn gedragsproblematiek op de voorgrond staan, acht Nordkamp het speciaal onderwijs de meest passende onderwijssetting voor [zoon]. Op basis van het leerlingendossier hebben ’t Hart en Visser geconcludeerd dat de school op dit moment geen passende ondersteuning voor [zoon] kan bieden; alle interventies zijn onvoldoende gebleken. Gezien de intensiteit van begeleiding die nodig is voor de sociaal en emotionele sturing van [zoon] en tevens ter voorkoming van nieuwe, deels fysieke incidenten in het belang van [zoon] en zijn omgeving achten ’t Hart en Visser de nabije ondersteuning die geboden kan worden vanuit het speciaal onderwijs op dit moment het meest passend. Tevens hebben ’t Hart en Visser oog gehad voor de looptijd van de TLV en de mogelijkheid om bij de eerstvolgende evaluatie gezamenlijk te bekijken of in deze vorm van onderwijs de gewenste en passende ondersteuning voor [zoon] beschikbaar is en of die, al dan niet aangepast, kan worden voortgezet. Vervolgens ziet de rechtbank in de opmerkingen van eiseres over beide deskundigenadviezen geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen. Dat eiseres als moeder een andere mening heeft over de meeste geschikte onderwijssetting voor haar zoon, doet geen afbreuk aan de deskundigenadviezen nu haar mening niet met een andersluidend deskundigenadvies is onderbouwd. Evenmin is duidelijk hoe die mening zich verhoudt tot hetgeen is opgenomen in het leerlingendossier. De verwijzing van eiseres naar het schoolondersteuningsprofiel maakt dit niet anders. Gelet op de deskundigenadviezen en de motivering in het bestreden besluit is de rechtbank van oordeel dat verweerder in voldoende mate heeft onderbouwd waarom in dit geval speciaal onderwijs voor [zoon] aangewezen is. Verweerder heeft op grond daarvan de TLV voor [zoon] mogen afgeven. De beroepsgronden slagen niet. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl