Rb. Noord-Nederland 17 december 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:4622
De rechtbank Noord Nederland, locatie Groningen, heeft bij vonnis van 17 december 2020 het openbaar ministerie niet ontvankelijk verklaard in de vervolging. Het betreft in totaal zaken tegen 8 verdachten. In juni 2014 had de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging, maar na instellen van hoger beroep werden de zaken weer terugverwezen naar de rechtbank Noord Nederland om alsnog een aantal getuigen te horen. Onder andere stond het horen van de getuige ter discussie. Het Hof komt tot het oordeel dat sprake is geweest van grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte, maar is wel van oordeel dat er nog mogelijkheden zijn om de rechtmatigheid van de start van het onderzoek te onderzoeken, middels het horen van de informatierechercheurs / runners en het hoofd van de afdeling TCI dan wel de toenmalige CIE officier van justitie, teneinde op deze wijze ten aanzien van het ondervragingsrecht nog compensatie te bieden. Het hof heeft daarnaast geoordeeld dat de getuigenverklaring van de getuige (als CIE-coördinator) bij de rechter-commissaris niet mag worden gebruikt, omdat bij dit verhoor sprake is geweest van grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte. De werkzaamheden en bevoegdheden van de getuige als CIE-coördinator en als runner zijn zodanig vermengd dat deze niet duidelijk van elkaar zijn te onderscheiden. En reeds hierom kan de getuige nu niet alsnog als getuige over zijn rol als runner worden gehoord. Daarnaast dienden nog drie andere drie andere runners gehoord te worden, alsmede het huidige hoofd TCI en de toenmalige CIE-officier van justitie. De rechtbank ziet geen mogelijkheden om de verdediging compensatie te bieden voor het eerder door het Hof vastgestelde ernstige vormverzuim. Noch het horen van de informatierechercheurs/runners, het hoofd van de afdeling CIE dan wel de CIE-officier van justitie zal soelaas kunnen bieden en van andere mogelijkheden is de rechtbank niet gebleken. Daarom wordt de niet ontvankelijkheid uitgesproken.
De uitspraak op rechtspraak.nl