Rb. Noord-Nederland 8 oktober 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:3411
Door ambtshalve vermindering tijdens de beroepsprocedure heeft eiser geen belang meer. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. De rechtbank wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af. Naar het oordeel van de rechtbank was het afwijzende besluit inzake het verzoek om ambtshalve vermindering, gelet op de informatie waarover verweerder beschikte, niet onrechtmatig. Eiser beschikte over de relevante informatie - de beslissing van de SVB om te regulariseren - maar heeft die informatie niet aan verweerder verstrekt. Omdat de noodzaak tot het instellen van beroep uitsluitend voortvloeit uit de handelswijze van eiser (het niet aan verweerder verstrekken van de beslissing van de SVB om te regulariseren), is er ook geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding voor de beroepsprocedure. De rechtbank ziet in de omstandigheid dat gedurende de beroepsfase het belang is komen te ontvallen aanleiding om verweerder te veroordelen tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht.
De uitspraak op rechtspraak.nl