Rb. Noord-Nederland 13 augustus 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:2792
Verweerder heeft geweigerd om aan verzoeker op grond van de Wet natuurbescherming (de Wnb) een jachtakte te verlenen. Tussen partijen is niet in geschil dat verweerder heeft geweigerd om de jachtakte te verlenen omdat sprake zou zijn van één weigeringsgrond, te weten vrees voor misbruik als bedoeld in artikel 3.28, derde lid, aanhef en onder a, van de Wnb. Vaststaat dat verweerder die vrees heeft gebaseerd op het feit dat uit de door verzoeker gemaakte test via de e-screener, de risicofactor psychopathie naar voren is gekomen. Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter staat niet zonder meer vast dat de e-screener een voldoende geschikt, objectief instrument is ter beoordeling van verzoekers psychische gesteldheid en de samenhangende vraag of het voorhanden hebben van wapens en munitie aan hem kan worden toevertrouwd. Daarbij acht de voorzieningenrechter van belang dat (de gemachtigden van) verweerder, (de gemachtigde van) verzoeker noch de voorzieningenrechter zich een oordeel kunnen vormen over de wijze waarop de testresultaten in dit geval zijn verkregen. Onduidelijk is welke vragen zijn gesteld, welke antwoordopties er waren en welke antwoorden verzoeker heeft gegeven. Ook is onduidelijk in hoeverre er onderling verband bestond tussen de verschillende vragen en antwoorden en hoe het begrip psychopathie moet worden begrepen in het licht van de door verzoeker gegeven antwoorden. De voorzieningenrechter acht daarbij van belang dat verweerder niet nader heeft onderbouwd hoe hij in dit geval aan zijn vergewisplicht heeft voldaan. In verweerders verwijzing naar het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag van 11 februari 2020 (ECLI:NL:RBDHA:2020:1013) ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen. Dat verweerder een belang heeft bij geheimhouding van informatie over de exacte werking van de e-screener, van de vragen van die test en de kalibratie ervan, neemt niet weg dat verweerder die informatie met een verzoek om geheimhouding op grond van artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht bij de voorzieningenrechter kan indienen. Op die manier zou hij de voorzieningenrechter alsnog inzicht kunnen geven in hoe verweerders onderzoek met behulp van die test is verlopen. Van die mogelijkheid heeft verweerder in dit geval echter geen gebruik gemaakt. Daardoor is dat inzicht niet alsnog gegeven. De voorzieningenrechter concludeert dat hij door dit gebrek niet in staat is vast te stellen of verweerders onderzoek met behulp van de test in de e-screener in dit geval zorgvuldig en concludent is geweest. Het bestreden besluit is daarom niet gebaseerd op een voldoende zorgvuldig onderzoek en het is niet voldoende deugdelijk gemotiveerd. In zijn belangenafweging oordeelt de voorzieningenrechter dat verzoeker tijdens de aanvraagfase onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn psychische gesteldheid om aan te tonen dat geen enkele twijfel bestaat dat het voorhanden hebben van wapens en munitie aan hem kan worden toevertrouwd. Tijdens deze verzoekschriftprocedure heeft verzoeker alsnog dat inzicht gegeven middels een rapport van een psychiater. Verweerder heeft niet aannemelijk gemaakt dat de alsnog door verzoeker ingediende contra-indicatie niet volstaat om de gestelde twijfel aan het verantwoord zijn van de jachtakte, weg te nemen. Gelet op de hiervoor genoemde twijfel bij het kunnen toepassen van de weigeringsgrond uit artikel 3.28, derde lid, aanhef en onder a, van de Wnb, het ontbreken van enig andere weigeringsgrond en het feit dat verzoeker verder voldoet aan alle eisen en voorwaarden voor verlening van de akte en verzoekers belangen bij de akte, bestaat aanleiding om verzoekers belangen zwaarder te laten wegen dan verweerders belangen bij weigering van de akte. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe, schorst het bestreden besluit tot één week na bekendmaking van het besluit op het administratief beroep en draagt verweerder bij wijze van voorlopige voorziening op met onmiddellijke ingang de jachtakte aan verzoeker te verlenen.
De uitspraak op rechtspraak.nl