Rb. Noord-Nederland 24 januari 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:263
Afwijzing ontheffing van verbod tot vermogensverschaffing op grond van de Woningwet Eiseressen zijn toegelaten instellingen in de zin van de Woningwet (wooncorporaties). Zij zijn (in)direct aandeelhouders van de vennootschap Vierwaarde B.V. (Vierwaarde). In het primaire besluit heeft verweerder geweigerd om aan eiseressen een ontheffing te verlenen op grond van artikel 12, tweede lid, onder a, van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015. De rechtbank overweegt dat het (summier gemotiveerde) primaire besluit ten onrechte geen inzicht geeft in de door verweerder gemaakte belangenafweging. Dat gebrek is met het bestreden besluit niet hersteld. In het bestreden besluit heeft verweerder een overzicht gegeven van de argumenten die door hem zijn betrokken bij zijn besluit en beargumenteerd waarom hij vindt dat het primaire besluit terecht is genomen. Naar het oordeel van de rechtbank is het besluit op deze wijze niet draagkrachtig en onvoldoende deugdelijk gemotiveerd. Zo is onvoldoende duidelijk in hoeverre verweerder vindt dat de gevraagde ontheffing noodzakelijk is, een vraag die moet worden beantwoord los van de toets aan het belang van de volkshuisvesting. Ook is niet ingegaan op de vraag of sprake is van een situatie waarin moet worden voorkomen dat eiseressen gehouden zijn schulden van Vierwaarde te voldoen. Daarnaast is onvoldoende duidelijk hoe verweerder het belang van de volkshuisvesting bij de beoordeling heeft betrokken en gewogen. In het bestreden besluit worden enkel de afzonderlijke bezwaargronden besproken. Voor zover verweerder daarbij een belangenafweging heeft gemaakt, geeft het bestreden besluit daarop geen zicht. Verweerder heeft alleen het resultaat van de belangenafweging in het bestreden besluit opgenomen. Verweerders ter zitting gegeven toelichting acht de rechtbank niet afdoende. De rechtbank overweegt dat uit het bestreden besluit noch de onderliggende stukken blijkt dat verweerder de eerdere vermogensverschaffing aan Vierwaarde en/of de mogelijkheden tot verhaal van de vorderingen bij zijn afweging heeft betrokken. Voorts heeft verweerder ter zitting geen duidelijkheid kunnen verschaffen over hoe de verhaalsmogelijkheden zijn onderzocht en wat cijfermatig de uitkomst van dat onderzoek is geweest. In dat opzicht is het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig voorbereid. Bovendien geeft verweerder geen inzicht in wat wordt bedoeld met “imagoschade” en welke voor rekening van eiseressen komende omstandigheden daarbij een rol spelen. In zoverre is de motivering van het besluit niet deugdelijk. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op om een nieuw besluit op het bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
De uitspraak op rechtspraak.nl