Rb. Noord-Nederland 2 juni 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:1974
Aan eiseres is een beschikking Wtl 2017 afgegeven, waarbij het LIV voor vijf werknemers is vastgesteld op in totaal € 6.000. Voor drie andere werknemers van eiseres is geen LIV verleend. Op basis van de ingediende loonaangiftegegevens alsmede de correcties daarop zoals die op 1 mei 2018 waren ingediend, bestond voor de drie werknemers geen recht op LIV. Eind augustus 2018 zijn namens eiseres correctieberichten op de loonaangiftegegevens ingediend. Op basis van deze correctieberichten voldoen de drie werknemers wel aan de cijfermatige criteria voor toepassing van LIV. In geschil is of eiseres ook voor de drie werknemers recht heeft op LIV. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht de na 1 mei 2018 ingediende correcties buiten beschouwing gelaten. Eiseres haar verzoek om bij wijze van coulance de LIV alsnog toe te kennen kan de rechtbank niet honoreren. De rechter heeft geen mogelijkheid om coulance te verlenen buiten de wet om. Het beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl