Rb. Noord-Nederland 9 april 2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:5698

Toetsing aanvangshuur. WOZ-waarde. De huurovereenkomst is medio 2016 aangegaan. De verhuurder beschikt niet over een WOZ-beschikking voor 2016, omdat de woonruimte pas in 2016 tot stand is gekomen. Wel heeft de verhuurder de WOZ-beschikking voor 2017 in het geding gebracht. De kantonrechter oordeelt dat strikte toepassing van het woningwaarderingsstelsel onvoldoende recht doet aan de kwaliteit van de woning en een onbillijk resultaat oplevert. Daarom is er aanleiding om met toepassing van artikel 5 lid 2 van het Besluit huurprijzen woonruimte op dat punt een andere waardering toe te passen. Nu het hier gaat om woonruimte die in 2016 tot stand is gekomen, kan ervan worden uitgegaan dat als er voor 2016 wel een WOZ-waarde zou zijn vastgesteld, deze waarde niet, althans niet substantieel zou afwijken van de WOZ-waarde voor het jaar 2017. De kantonrechter acht het in dit specifieke geval daarom redelijk om aan te sluiten bij de WOZ-waarde voor het jaar 2017 en op basis daarvan punten toe te kennen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken