Rb. Noord-Nederland 17 december 2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:5240
Afwijzing verzoek vergoeding waarde van meer dan duizend euromunten op grond van de Muntwet. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft gesteld dat de door eiseres op 6 februari 2018 ingeleverde euromunten niet voor vergoeding in aanmerking komen omdat ze een bewerking hebben ondergaan waarvan redelijkerwijs verwacht mag worden dat de munten daardoor veranderen. Daarbij heeft verweerder allereerst kunnen betrekken dat eiseres op het aanvraagformulier heeft aangegeven dat de munten beschadigd zijn. Ook heeft verweerder acht kunnen slaan op de verklaringen van eiseres over hoe die munten zijn behandeld in het afvalrecycleproces. Tussen partijen is niet in geschil dat die munten binnen dat proces aan verbranding en trommelreiniging met chemicaliën zijn blootgesteld. Voorts heeft verweerder acht kunnen slaan op de constateringen van het Nationaal Analysecentrum voor Munten (het NACM) over die munten. Uit het onderzoeksverslag en verweerders toelichtingen over het onderzoek volgt dat alle ingeleverde munten zijn opgemeten en visueel zijn onderzocht. Anders dan eiseres stelt, is niet aannemelijk geworden dat slechts sprake is geweest van steekproefsgewijs onderzoek. Gelet op de door het NACM geconstateerde staat waarin de ingeleverde munten verkeren, heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de ingeleverde munten door bewerking zijn veranderd. Zo is geconstateerd dat de munten erg glimmend zijn en dat veel van die munten in de verdiepte delen zwart zijn en kleiner in diameter, lichter in gewicht en dunner zijn dan normale euromunten. Ook is geconstateerd dat de afbeeldingen op de munten niet duidelijk maar vervaagd zijn en dat de oppervlakte van de munten niet glad maar bobbelig is. De algemene stellingen van eiseres en door haar ingediende stukken over hoe euromunten uit het afvalrecycleproces worden gewonnen en weer in circulatie worden gebracht, veranderen niets aan de feitelijke staat van de op 6 februari 2018 ingeleverde euromunten. In die feitelijke staat en de verklaringen van eiseres over hoe die munten in het afvalrecycleproces zijn behandeld, heeft verweerder voldoende grondslag kunnen zien voor de conclusie dat de ingeleverde munten een bewerking hebben ondergaan waarvan redelijkerwijs te verwachten is dat die de munten heeft veranderd. Dat een groot deel van de munten die afkomstig zijn uit hetzelfde afvalrecycleproces, zoals door eiseres is betoogd, kennelijk wel zijn geaccepteerd door muntautomaten van bankfilialen, maakt dit niet anders. Verweerder heeft de aanvraag in redelijkheid kunnen afwijzen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl