Rb. Noord-Nederland 13 december 2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:5168
De gemeentes zijn sinds 2015 verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) 2015 en de Jeugdwet. De gemeentes verlenen die ondersteuning aan jeugdigen en cliënten in de regel niet zelf, maar besteden dit uit aan zorgaanbieders. Vanwege het aflopen van de huidige contracten op 31 december 2019, hebben de gemeentes op 8 juli 2019 vier aanbestedingen aangekondigd om de hiervoor bedoelde ondersteuning weer 'in de markt' te zetten. Cosis, een grote zorgaanbieder, is een kort geding tegen de gemeentes begonnen (waarbij twee andere zorgaanbieders, Lentis en Dignis zich hebben aangesloten), omdat de tarieven die de gemeentes hierbij willen hanteren volgens Cosis, Lentis en Dignis te laag zijn om goede ondersteuning te kunnen bieden. Cosis, Lentis en Dignis onderstrepen het belang van de gemeentes in hun poging om meer mensen aan wie ondersteuning wordt geboden zelfstandig te laten wonen, maar zijn van oordeel dat de termijn die de gemeentes hierbij willen hanteren, te kort is. De voorzieningenrechter is van oordeel dat hoewel deze beide bezwaren van Cosis, Lentis en Dignis - op zich - terecht zijn, dit niet betekent dat de gemeentes de aanbestedingen moeten intrekken. De gemeentes mogen verder gaan met de aanbestedingen, maar moeten een ruimere termijn hanteren. Ook moet er nog een nader kostprijsonderzoek plaatsvinden.
De uitspraak op rechtspraak.nl