Rb. Noord-Nederland 14 november 2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:4775
In geschil is of de door eiseres verkregen panden voor de heffing van overdrachtsbelasting kwalificeren als een woning in de zin van artikel 14, tweede lid, van de Wet op de belastingen van rechtsverkeer. De rechtbank past één van de arresten van de Hoge Raad van 24 februari 2017 toe (ECLI:NL:HR:2017:291). Naar het oordeel van de rechtbank zijn de panden naar hun aard bestemd voor bewoning. Op het deel van de panden dat voor bewoning is bestemd, is het 2%-tarief van de overdrachtsbelasting van toepassing. Op het overige is het 6%-tarief van toepassing.
De uitspraak op rechtspraak.nl