Rb. Noord-Nederland 22 oktober 2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:4440

In geschil is het antwoord op de vraag of de Wajong-uitkering van eiser terecht is aangemerkt als inkomen uit vroegere dienstbetrekking waarop de arbeidskorting niet van toepassing is. Eiser stelt zich op het standpunt dat er sprake is van strijd met het gelijkheidsbeginsel, nu collega’s die hetzelfde werk doen zonder Wajonguitkering, maar waarbij de werkgever een (loonkosten)subsidie ontvangt, wel recht hebben op de arbeidskorting. De rechtbank oordeelt dat de Wajong-uitkering geen onmiddellijke tegenprestatie voor verrichte arbeid vormt, maar een uitkering die aan eiser zelf is toegekend en aan hem zelf toekomt, ter vervanging van gederfde inkomsten in verband met zijn beperkte arbeidsvermogen. Daarmee verschilt zijn situatie van die waarin een werkgever mogelijk een (loonkosten)subsidie voor een werknemer ontvangt. Gelet daarop kan niet worden gezegd dat sprake is van ongeoorloofde rechtsongelijkheid. Daarbij wijst de rechtbank er voorts op dat de collega's waar eiser zich mee vergelijkt en die geen Wajong-uitkering ontvangen, geen aanspraak kunnen maken op de jonggehandicaptenkorting.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken