Rb. Noord-Nederland 8 augustus 2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:3472
Eiseres verzorgt basisonderwijs en heeft op haar schoollocaties zonnepanelen aangebracht. In geschil is het antwoord op de vraag in hoeverre de zonnepanelen voor btw-belaste handelingen worden gebruikt. Dat bepaalt de omvang van de vooraftrek. Kernpunt hierbij is of de contractsverhouding tussen partijen doorslaggevend is of juist het technische aspect van de fysieke (terug)levering van elektriciteit aan het net. De rechtbank overweegt dat de levering van elektriciteit onder bezwarende titel moet hebben plaatsgevonden. De bezwarende titel vindt zijn grondslag in de leveringsovereenkomst die eiseres met de energiemaatschappij heeft gesloten. Uit die overeenkomst volgt naar het oordeel van de rechtbank dat de levering die eiseres verricht, slechts bestaat uit het overschot aan elektriciteit. Alleen dat deel van de zelf opgewekte elektriciteit, dat dus uitgaat boven het eigen verbruik (de overtollige elektriciteit), vormt daarom een btw-belaste handeling. Dat betekent dat voor het deel dat niet volgens de overeenkomst wordt geleverd, geen vooraftrek mogelijk is. Tevens overweegt de rechtbank dat zij in artikel 31c van de Elektriciteitswet geen verbod leest om op een bepaalde manier te contracteren. Dat artikel vormt geen belemmering voor de contractspartijen om anders overeen te komen dan de bepalingen zoals deze nu in de leveringsovereenkomst staan. Het beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl