Rb. Noord-Nederland 26 juni 2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:2751

Gedaagden hebben aan eisers diverse keren geldsommen ter beschikking gesteld ter financiering van de onderneming van gedaagden. Voorts hebben gedaagden financiering van een bancaire instelling overgenomen, met daarbij horende zekerheden. Uiteindelijk zijn gedaagden overgegaan tot uitwinning van die zekerheden. Eisers vorderen in deze procedure onder meer een verklaring voor recht dat gedaagden niets meer van hen te vorderen hebben alsmede veroordeling tot betaling van (schade)vergoeding. Bewijslast dat gedaagden niets meer te vorderen hebben, rust op eisers. Bij de beoordeling spelen onder meer de vraag of hypotheekrechten als gevolg van de vernietiging van de koopovereenkomst zijn gaan herleven en of artikel 6:109 BW toepasselijk is op contractuele rente.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken