Rb. Noord-Nederland 11 april 2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:1591
Aan eiseres zijn een naheffingsaanslag en boete voor de MRB opgelegd omdat zij niet voldeed aan de inrichtingseisen van art. 3, eerste lid, onderdeel d van de Wet MRB en wel gebruik maakte voor het lagere tarief van bestelauto’s. Eiseres is niet geslaagd in haar bewijslast dat het motorrijtuig voldeed aan de wettelijke inrichtingseisen. Verder doet eiseres tevergeefs een beroep op het herstelbeleid - eiseres voldoet niet aan de gestelde voorwaarden -, op het gelijkheidsbeginsel - geen sprake van ongelijke behandeling van gelijke gevallen - en op het vertrouwensbeginsel - aan de uitlatingen van de controleurs kan geen in rechte te beschermen vertrouwen worden ontleend - daarom is het beroep ongegrond en de opgelegde boete passend en geboden.
De uitspraak op rechtspraak.nl