Rb. Noord-Nederland 21 december 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:5352

Verzoekster en haar gemachtigde zijn medegedeeld dat hen voor de periode tot en met 11 januari 2019 een pleinverbod is opgelegd, inhoudende dat zij alleen na voorafgaande toestemming van de schooldirecteur het schoolplein en gebouw van de OBS Hannie Schaft te Zaandam mogen betreden. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het verbod een besluit omdat het moet worden gekwalificeerd als een maatregel genomen in het kader van de huishoudelijke leiding, als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs. Het besluit is onbevoegd genomen omdat uit de WPO volgt dat niet verweerder maar de directrice van de school bevoegd is om een maatregel in het kader van de huishoudelijke leiding te nemen. Er bestaat geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen, omdat het bevoegdheidsgebrek in de bezwaarfase kan worden hersteld en naar de feiten en omstandigheden van dit geval in redelijkheid tot het verbod kon worden gekomen. Het is voldoende aannemelijk gemaakt en gemotiveerd dat het (schriftelijke) gedrag van verzoekster en haar gemachtigde sinds half november 2018 een negatieve invloed heeft gehad op de gevoelde veiligheid op de school. Alles overziend concludeert de voorzieningenrechter dat in dit geval in redelijkheid doorslaggevende betekenis is toegekend aan herstel van (het gevoel van) veiligheid op de school en niet aan de belangen van verzoekster en haar gemachtigde. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken