Rb. Noord-Nederland 15 januari 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:526
Verzet Wgbz. Bij het indienen van het verweerschrift heeft verzoekster een aanvraag toevoeging overgelegd. Het griffierecht voor onvermogenden wordt in rekening gebracht. Procedure wordt ingetrokken. De definitieve toevoeging is niet overgelegd, het griffierecht wordt aangepast naar het normale tarief. Verzoekster en de griffier twisten met name over de vraag of onder de wettelijke bepaling van artikel 29 van de Wet op de rechtsbijstand 'voordat de einduitspraak is gedaan' tevens moet worden begrepen het intrekken van een procedure. De rechtbank is van oordeel dat onder de bepaling 'in ieder geval voordat de einduitspraak is gedaan' tevens moet worden begrepen de situatie waarin het verzoek wordt ingetrokken. Zoals de griffier naar voren is gebracht, is de ratio achter de wettelijke bepaling dat na het doen van de einduitspraak ook de definitieve financiële afwikkeling volgt en dat is niet anders in het geval van een intrekking. Verzet is ongegrond
De uitspraak op rechtspraak.nl