Rb. Noord-Nederland 28 november 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:4912
Eisers verzoeken te verklaren voor recht dat tussen partijen een overeenkomst tot stand gekomen is nu in artikel 31 van de overeenkomst onder de opschortende voorwaarde is bepaald dat goedkeuring van het algemeen bestuur is vereist. De vertegenwoordigers van gedaagde hebben volgens eisers nagelaten de overeenkomst aan het algemeen bestuur voor te leggen, ingevolge artikel 6:23 BW in samenhang met de artikelen 6:2 BW en 6:248 BW dient naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid de opschortende voorwaarde als vervuld te worden aangemerkt. Gedaagde stelt dat er geen overeenkomst tot stand is gekomen gelet op het totstandkomingsvereiste dat is opgenomen in de considerans. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de inhoud van de onderhandelingen tussen partijen sprake is van een totstandkomingsvereiste. Nu sprake is van een totstandkomingsvereiste komt de rechtbank niet toe aan de toetsing aan de redelijkheid en billijkheid.
De uitspraak op rechtspraak.nl