Rb. Noord-Nederland 6 februari 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:392
Noordelijke Fraudekamer. Onderzoek Zebra. Tussen 2007 en 2011 is het energiebedrijf "verzamelnaam bedrijven", eigendom van negen gemeentes in Drenthe en Overijssel, het slachtoffer geworden van oplichting, gepleegd door twee voormalige directeuren. Zij hebben het vanuit hun functie mogelijk gemaakt dat "verzamelnaam bedrijven" in deze jaren een bedrag van ongeveer € 30 miljoen heeft geïnvesteerd in het bedrijf "NAAM BEDRIJF", dat opgericht was voor de bouw en exploitatie van een gekoppelde warmtekracht- en torrefactiecentrale in Steenwijk. Daarbij hebben zij al die jaren voor de raad van commissarissen en de aandeelhoudende gemeentes verborgen gehouden dat zij zelf een substantieel deel van de aandelen in "NAAM BEDRIJF" in bezit hadden en daarmee dat zij een eigen financieel belang hadden in deze onderneming. Zij hebben hun dubbelrol verhuld door de aandelen op naam te zetten van anderen, zoals een (ex-)echtgenote, een kennis en een tweetal vennootschappen. Eind 2009 hebben zij zich door "NAAM BEDRIJF" voor enkele miljoenen euro’s laten uitkopen, waarbij het benodigde geld verkregen werd doordat zij "verzamelnaam bedrijven" aanvullende leningen hebben laten verstrekken aan "NAAM BEDRIJF", onder het voorwendsel dat dit nodig was als verdere investering in het project. Verdachte, destijds de algemeen directeur van "verzamelnaam bedrijven", heeft zich zodoende schuldig gemaakt aan een zeer ernstige vorm van fraude, waarbij hij vanuit een positie van macht en vertrouwen zijn werkgever heeft opgelicht en waarbij hij zich persoonlijk ten koste van publiek geld heeft verrijkt. Van belang is verder dat deze verdachte het initiatief tot de fraude heeft genomen en daarbij ook de meest bepalende rol heeft gespeeld. Dit alles rechtvaardigt een aanzienlijke onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Daaraan doet niet af dat sprake is van fors tijdsverloop tussen de gepleegde strafbare feiten en het uiteindelijke vonnis, nu van overschrijding van de redelijke termijn voor berechting geen sprake is. Het gaat immers om een zeer complex en omvangrijk onderzoek, waarmee noodzakelijkerwijs veel tijd gemoeid is geweest. Volgt oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl