Rb. Noord-Nederland 20 april 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:1561
Beroep op grond van artikel 27 van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie (WWETGC) ongegrond verklaard. Veroordeelde is in België veroordeeld tot betaling van een bedrag van 20.000 euro als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De officier van justitie heeft in redelijkheid kunnen afzien van toepassing van een facultatieve weigeringsgrond. Het verweer met betrekking tot de redelijke termijn wordt verworpen omdat bij deze procedure geen sprake is van vervolging maar van tenuitvoerlegging van een inmiddels onherroepelijk geworden vonnis.
De uitspraak op rechtspraak.nl