Rb. Noord-Nederland 19 april 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:1429

Wet IB 2001. De rechtbank oordeelt dat het gebrek aan een nieuw feit in dit geval niet aan navordering in de weg staat. Verweerder heeft eiseres - kort gezegd - tijdig laten weten dat het aanslagbiljet een misslag bevatte. De rechtbank is verder van oordeel dat eiseres aannemelijk heeft gemaakt dat zij aan het urencriterium voldoet (artikel 3.6 van de Wet IB 2001). Eiseres is er naar het oordeel van de rechtbank echter niet in geslaagd aannemelijk te maken dat zij ten minste 500 uren heeft besteed aan speur- en ontwikkelingswerk (art. 3.77 Wet IB 2001).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken