Rb. Noord-Nederland 30 maart 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:1192
Art. 578a Sv. Niet-ontvankelijkheid officier van justitie. Afdoening van een reeds aangebrachte ontnemingszaak na het voldoen aan de temen van de in de tussentijd overeengekomen ontnemingsschikking als bedoeld in artikel 511c Sv. Het systeem van de wet brengt mee dat, indien het onderzoek in de ontnemingszaak eenmaal op zitting is aangevangen, een einduitspraak van de rechtbank dient te volgen. Van intrekking van de vordering omdat aan de termen van een schikking is voldaan kan immers geen sprake zijn. Dat de wet bepaalt dat de ontnemingszaak door het voldoen aan de schikkingsvoorwaarden van rechtswege is geëindigd, maakt, anders dan de officier van justitie aanneemt, niet dat daarom geen (formele) einduitspraak meer kan worden gedaan door de rechtbank. Het doen van een einduitspraak biedt bovendien duidelijkheid voor de veroordeelde. In het onderhavige geval heeft de veroordeelde aan de termen van de met hem getroffen schikking voldaan, zodat de zaak van rechtswege is geëindigd en het recht tot indiening van de vordering inmiddels is komen te vervallen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard moet worden in zijn ontnemingsvordering.
De uitspraak op rechtspraak.nl