Rb. Noord-Nederland 7 december 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:4755

De rechtbank heeft de vraag of de cliëntenraad van de organisatie Meesterwerk (hierna: eiseres) een belanghebbende is bij het bestreden besluit, bevestigend beantwoord. Voor dat oordeel is van belang geacht dat de behartiging door eiseres van de gemeenschappelijke belangen van de cliënten van zorginstelling Meesterwerk dient te worden geplaatst binnen het kader van de doelstellingen van de instelling, als neergelegd in de statuten van Meesterwerk. In bezwaar heeft verweerder geen beletsel gezien om eiseres aan te merken als belanghebbende. Dit betekent dat eiseres in haar beroep kan worden ontvangen. Vervolgens heeft de rechtbank de vraag beantwoord of de brieven van 7 maart 2017, waarbij aan cliënten is meegedeeld dat zij vanaf 1 juli 2017 geen ondersteuning en zorg meer kunnen inkopen bij Meesterwerk, besluiten zijn als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. De rechtbank heeft die vraag bevestigend beantwoord en daartoe overwogen dat die brieven, gelet op aard en strekking daarvan, een wezenlijke wijziging teweegbrengen in de rechtspositie van cliënten omdat er iets verandert in hun situatie, zodat de brieven op zelfstandig rechtsgevolg zijn gericht. Het directe gevolg van die brieven is dat cliënten gehouden zijn op zoek te gaan naar een andere zorgaanbieder, waardoor zij in hun vrijheid voor wat betreft de keuze van een zorgaanbieder worden beperkt. De rechtbank heeft daarbij verwezen naar de memorie van toelichting bij de Wmo 2015 (TK, 2013-2014, 33 841, nr. 3, blz. 36). De rechtbank heeft verweerder niet gevolgd in zijn standpunt dat de inhoud van de brieven slechts een mededeling van informatieve aard is. Nu de brieven op rechtsgevolg gerichte besluiten zijn, heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen deze besluiten ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is gegrond verklaard en het bestreden besluit is vernietigd. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien zelf in de zaak te voorzien, omdat verweerder de gronden van bezwaar nog inhoudelijk dient te beoordelen. De rechtbank heeft ook geen aanleiding gezien tot het treffen van een voorlopige voorziening voor eiseres, omdat het beroep alleen namens haar is ingediend

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken