Rb. Noord-Nederland 14 juni 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:2756

Uit artikel 2.1 en artikel 6.21 Waterwet vloeit, voor zover hier van belang, voort dat de uitoefening van de bevoegdheid tot het verlenen van een watervergunning, gericht moet zijn op voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste in samenhang met de vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. Bij de beoordeling van de vergunningaanvraag moet verweerder daarom het belang dat door de derde partij wordt gesteld, het tijdelijk verruimen van de maatschappelijke functie van het watersysteem voor de plaatsing van de brug, afwegen tegen de nadelige gevolgen van de daarvoor noodzakelijke demping van het oppervlakte water ten behoeve van het voorkomen en/of beperken, voor zover hier van belang, van overstromingen en/of wateroverlast. Daarbij dient naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter verweerder ook af te wegen of het watersysteem nog wel aan zijn maatschappelijke functie voldoet in het licht van de veiligheid van de nabijgelegen hogedruk gasleiding.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen