Rb. Noord-Nederland 26 januari 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:273

De onderhavige zaak betreft een aan verzoekster opgelegde last onder bestuursdwang waaraan ten grondslag is gelegd dat de woning van verzoekster onvoldoende stabiliteit heeft om te blijven staan in de huidige staat, zodat niet wordt voldaan aan het minimale afkeurniveau, hetgeen een overtreding van artikel 1b, tweede lid, sub a, van de Woningwet inhoudt. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder terecht gesteld dat de woning van verzoekster niet voldoet aan de normen van het Bouwbesluit en dat er om die reden sprake is van een overtreding van de Woningwet. De geraadpleegde deskundigen komen allen tot dezelfde conclusie. Hierbij loopt niet alleen de woning van verzoekster gevaar, maar ook de op korte afstand gelegen buurwoning. Verweerder heeft, naar het oordeel van de voorzieningenrechter, gelet op de geschatte kosten voor het stutten van de woning van verzoekster, vergeleken met de sloopkosten, in combinatie met het gegeven dat uitvoering van het stutplan slechts tijdelijk de strijdigheid met het Bouwbesluit kan opheffen in redelijkheid kunnen besluiten om als uitvoeringswijze van de aan verzoekster opgelegde last onder bestuursdwang te kiezen voor sloop van haar woning.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen