Rb. Noord-Nederland 15 juni 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:2261
PW. Terugvordering leenbijstand. De omvang van de leenschuld is rechtens onaantastbaar. De Wet vrijlating lijfrenteopbouw voorziet niet in mogelijkheid van (gedeeltelijke) kwijtschelding van leenbijstand. Geen ondubbelzinnige erkenning dat verweerder bij de vermogenstoets is uitgegaan van een onjuiste hoogte van de koopsompolis. Met de bekendmaking van het primaire besluit is de verjaring van de schuld gestuit. Voor zover verweerder zou hebben nagelaten kenbaar te maken op welke wijze en wanneer de schuld moest worden terugbetaald, kan dat niet leiden tot de conclusie dat terugbetaling niet meer mogelijk is. Dat zou anders zijn als verweerder zou hebben toegezegd van de vordering tot terugbetaling af te zien. Daarvan is niet gebleken. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl