Rb. Noord-Nederland 23 juni 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:2247

Noordelijke Fraudekamer. Faillissementsfraude, vrijspraak. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte tijdens zijn persoonlijk faillissement een grote hoeveelheid geld heeft verworven dat hij als baten aan de curator had moeten opgeven, nu op grond van het dossier aannemelijk is geworden dat hij dit geld heeft aangewend ten behoeve van zakelijke uitgaven voor de ondernemingen waar hij op dat moment werkzaam was. De rechtbank acht evenmin bewezen dat verdachte in zijn persoonlijk faillissement en in het faillissement van zijn eigen ondernemingen ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers niet heeft voldaan aan de administratieverplichting of de curator onvoldoende heeft geïnformeerd. Hoewel vast staat dat de administratie van zowel zijn gefailleerde eenmanszaak als zijn gefailleerde vennootschappen niet aan de eisen voldeed, kan niet worden bewezen dat verdachte hierbij het opzet had om zijn schuldeisers te benadelen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken