Rb. Noord-Nederland 26 april 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:1594

Gelet op de wetsgeschiedenis en hetgeen thans is bepaald in de artikelen 5 en 21 van de Wet op de huurtoeslag (de Wht), is de rechtbank van oordeel dat verweerder in dit geval ten onrechte de maandelijkse inkomsten van eiseres uit onderverhuur heeft betrokken bij de berekening van de rekenhuur en de daaropvolgende berekening van de huurtoeslag. De Wht biedt geen grondslag (meer) om dergelijke inkomsten af te trekken van de maandelijkse kosten die eiseres verschuldigd was voor het huren van de woning. De wetgever heeft daar welbewust van afgezien. Verweerder heeft zich om die reden ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiseres in 2014 geen kosten voor het huren van de woning heeft gemaakt en daarom voor dat jaar geen recht op huurtoeslag heeft.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen