Rb. Noord-Nederland 21 maart 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:1054
Bij het vaststellen van de fictieve draagkracht moet worden uitgegaan van de gehele regeling inzake de beslagvrije voet in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dus ook met de verhoging van de beslagvrije voet in verband met woonkosten. De financiële omstandigheden van eiseres nopen niet tot verdere verlaging van de boete, omdat niet alleen wordt uitgegaan van inkomen boven de beslagvrije voet, maar ook van het aanwezige vermogen.
De uitspraak op rechtspraak.nl