Rb. Noord-Nederland 16 maart 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:1101
Eisers hebben met gedaagden samenwerkingsovereenkomsten gesloten met als doel deel te nemen in de speelgoedformule Top 1 Toys. Die overeenkomsten kwalificeren volgens de rechtbank als franchiseovereenkomsten. De rechtbank is van oordeel dat gedaagden geen dwaling hebben veroorzaakt, nog toerekenbaar tekort zijn geschoten of onrechtmatig hebben gehandeld door voorafgaand aan het sluiten van de franchiseovereenkomsten informatie en/of prognoses te verschaffen aan de verschillende franchisenemers. Van minsleiding is geen sprake, althans zulks is onvoldoende onderbouwd. De rechtbank ziet ook geen reden een beroep op exoneratiebedingen onaanvaardbaar te achten of de betreffende bedingen onredelijk bezwarend te achten. De vorderingen van de franchisenemers worden afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl