Rb. Noord-Nederland 19 februari 2015, ECLI:NL:RBNNE:2015:883

Rechtbank onbevoegd. Beroep van twee eisers. Zaak is gestart met een brief van de deurwaarder (verweerder), waarin staat dat de woonvereniging haar vordering op eiser 2 ter incasso in handen heeft gesteld van de betreffende deurwaarder. In reactie daarop, schrijven eisers brieven aan de deurwaarder. Eisers stellen dat hun eerste brief aan de deurwaarder een verzoekschrift op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) is en hun tweede brief een Wob-bezwaarschrift. Vervolgens stellen eisers beroep in bij de rechtbank waarbij zij aanvoeren dat verweerder heeft geweigerd om tijdig een schriftelijk besluit op bezwaar te nemen. De rechtbank oordeelt dat de deurwaarder in dit geval niet optreedt als persoon met enig openbaar gezag bekleed. De brieven van de deurwaarder, niet zijnde een bestuursorgaan, zijn geen besluiten in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De eerste brief van eisers aan de deurwaarder is geen Wob-verzoekschrift. Hieruit volgt dat het uitblijven van een reactie van verweerder op de tweede brief van eisers niet is aan te merken als het niet tijdig nemen van een besluit. Dus kon tegen het uitblijven van die reactie geen beroep worden ingesteld. Daarom is de rechtbank onbevoegd om kennis te nemen van het beroep. De rechtbank constateert dat eisers de aangelegenheid die zij in feite aan de orde hebben willen stellen, reeds eerder in vele andere juridische procedures aan de orde hebben gesteld. De rechtbank sluit niet uit dat zij zal overgaan tot veroordeling van eisers in de proceskosten wegens kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht als dezelfde aangelegenheid opnieuw aan haar wordt voorgelegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen