Rb. Noord-Nederland 17 november 2015, ECLI:NL:RBNNE:2015:5722
WWB. Artikel 58, lid 1 WWB en artikel 59, lid 2 WWB. Ex-partners. In zaak van de ex-vrouw staat reeds vast dat er sprake is geweest van een gezamenlijke huishouding tussen de exen en dat de ex-vrouw daar geen melding van heeft gemaakt. Er is voldaan aan de voorwaarden voor mede-terugvordering ten aanzien van de ex-man (hierna: eiser). Beide ex-partners zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de terugbetaling van kosten van bijstand die worden teruggevorderd. Ten aanzien van de ex-vrouw is verweerder echter overgegaan tot halvering van de terugvordering vanwege haar specifieke situatie. Ten aanzien van eiser houdt verweerder evenwel vast aan terugvordering van het gehele bedrag. Naar het oordeel van de rechtbank kan dit standpunt geen stand houden. Uit artikel 59, lid 2 WWB volgt dat de bevoegdheid van verweerder om de kosten van de aan de ex-vrouw verleende bijstand mede van eiser terug te vorderen, wordt gevormd door de omvang van de betalingsverplichting die de ex-vrouw aan verweerder heeft. Nu de betalingsverplichting van de ex-vrouw met de helft is verminderd kan de omvang van de betalingsverplichting van eiser jegens verweerder niet meer bedragen dan het bedrag dat uiteindelijk van de ex-vrouw wordt teruggevorderd. De terugvordering kan derhalve niet in stand blijven. Beroep gegrond. De rechtbank voorziet zelf in de zaak in die zin dat de betalingsverplichting van eiser jegens verweerder net zo groot is als die van de ex-vrouw.
De uitspraak op rechtspraak.nl