Rb. Noord-Nederland 1 juli 2015, ECLI:NL:RBNNE:2015:3383

Misbruik van de executiebevoegdheid van de bank leidt tot afwijzing van het verzoek tot onderhandse verkoop. Artikel 548 vierde lid, tweede zin, Rv. schrijft voor dat de rechter bij afwijzing van het verzoek tevens de dag zal bepalen waarop de openbare verkoop zal plaatsvinden. Die bepaling vooronderstelt dat de bank in redelijkheid van haar bevoegdheid tot executie gebruik kan maken. Nu daarvan thans geen sprake is, zal het bepaalde in artikel 548 vierde lid, tweede zin, Rv. buiten toepassing worden gelaten, zodat geen datum voor een veiling zal worden bepaald.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen