Rb. Noord-Nederland 6 juli 2015, ECLI:NL:RBNNE:2015:3173
De politierechter verklaart het OM niet-ontvankelijk met betrekking tot dagvaarding in eenmanszaak terwijl de natuurlijke persoon, wiens bedrijf dat betreft, voor dezelfde feiten ook gedagvaard was tegen dezelfde zitting. Veroordeling terzake van overtredingen van artikel 36 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren alsmede artikel 15 van de Regeling identificatie en registratie voor dieren tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier weken proeftijd 2 jaren en een taakstraf van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis. De politierechter legt een lagere straf dan door de OvJ is gevorderd in verband undue delay. De politierechter gaat niet over tot oplegging van de bijzondere voorwaarde die door de OvJ is gevorderd van “verbod om dieren te houden” omdat dit feitelijk zou leiden tot een stillegging van de onderneming
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 14c Sr
- Artikel 14d Sr
- Artikel 51 Sr
- Artikel 261 Sv
- Artikel 344 Sv
- Artikel 7 WED
- Artikel 2:3 BW2
- Artikel 15 GWWD
- Artikel 36 GWWD
- Artikel 37 GWWD
- Artikel 96 GWWD
- Artikel 1 Wet op de identificatieplicht
- Artikel 2 Regeling identificatie en registratie van dieren
- Artikel 4 Regeling identificatie en registratie van dieren
- Artikel 15 Regeling identificatie en registratie van dieren
- Artikel 20 Regeling identificatie en registratie van dieren
- Artikel 34 Regeling identificatie en registratie van dieren
- Artikel 6 EVRM