Rb. Noord-Nederland 7 januari 2015, ECLI:NL:RBNNE:2015:191

WVO. Wijziging (mede)gebruik sporthal. Besluit. Bevoegdheid. Zorgvuldigheid. De rechtbank oordeelt ambtshalve dat het primaire besluit inzake de wijziging van het medegebruik van de sporthal een besluit is als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), aangezien sprake is van een op rechtsgevolg gerichte handeling. Op grond van de WVO behoort de aan verweerder opgedragen taken aangaande de zorg voor de huisvesting van het bewegingsonderwijs bij uitstek tot het publieke domein van verweerder. Het bezwaar van eiseres is - anders dan de commissie adviseerde – ontvankelijk. De rechtbank deelt niet de stelling van eiseres dat verweerder geen bevoegdheden aan de WVO en de Verordening kan ontlenen om de huisvesting te wijzigen. Aan verweerder is een ruime mate van beleidsvrijheid toegekend bij het uitoefenen van zijn wettelijke plichten en bevoegdheden. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van onvoldragen besluitvorming nu verweerder heeft geanticipeerd op nog niet vaststaande wijzigingen van omstandigheden. De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit in strijd met de vereiste zorgvuldigheid als bedoeld in artikel 3:2 van de Awb tot stand is gekomen. Het beroep is gegrond verklaard. De rechtbank heeft aanleiding gezien om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb zelf in de zaak voorzien door het bezwaar gegrond te verklaren en het primaire besluit te herroepen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen