Rb. Noord-Nederland 9 december 2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:6381

Binnenvaartwet / bestuurlijke boete / overtreding voorschrift bemanningssterkte / uitleg werkgeversbegrip. De rechtbank stelt vast dat de definitie in de Binnenvaartwet van het begrip werkgever afkomstig is uit de Wet vaartuigen en bemanningssterkte binnenvaart en dat in die wet bij de definitie is aangesloten bij de omschrijving zoals is neergelegd in artikel 1 van de Arbeidsomstandighedenwet. Deze definitie is geïntroduceerd in de Arbeidsomstandighedenwet 1980. In de memorie van antwoord bij het betreffende wetsvoorstel staat dat voor deze zeer algemene formulering is gekozen in verband met het feit dat het in de Arbeidsomstandighedenwet 1980 ging om het bevorderen van gunstige omstandigheden overal waar mensen arbeid verrichten in afhankelijkheid van een ander. Beoogd werd dat ook personen onder het bereik van de Arbeidsomstandighedenwet werden gebracht die, ongeacht de rechtsverhouding tussen degene die het gezag uitoefent en degene die de arbeid verricht, feitelijk arbeid onder het gezag van een ander doen verrichten van wie zij wat hun veiligheid, gezondheid en welzijn betreft afhankelijk zijn. (Tweede Kamer 1977– 1978, 14 497, nr. 5, p. 48). In het licht hiervan is de rechtbank van oordeel dat eiser onder zijn gezag gezagvoerder [naam] arbeid heeft doen verrichten – in de zin van artikel 1, eerste lid, aanhef en onder 3º, van de BVW – indien gezagvoerder [naam] voor wat betreft de mogelijkheid om te voldoen aan de bepalingen op grond van de BVW afhankelijk was van eiser, in die zin dat gezagvoerder [naam] de instructies en aanwijzingen van eiser daaromtrent diende te volgen. Naar het oordeel van de rechtbank is hiervan sprake.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen