Rb. Noord-Nederland 7 november 2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:5532
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in vereniging uitgeven van valse bankbiljetten. Zij heeft daarmee een groot aantal kleine middenstanders en particulieren in Friesland benadeeld. Betalingen met vals geld schaden het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer in contante betalingen wordt gesteld in ernstige mate. Verdachte heeft verder verscheidene winkeldiefstallen gepleegd. De rechtbank is van oordeel dat de door de officier van justitie geëiste straf onvoldoende rechtdoet aan de ernst van de feiten. In beginsel is oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf alleszins gerechtvaardigd. De rechtbank houdt echter in sterke mate rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en legt daarom, naast een werkstraf, een voorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur op.
De uitspraak op rechtspraak.nl