Rb. Noord-Nederland 17 juli 2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:3561
CAO-zaak. Na een openbare aanbestedingsprocedure heeft Qbuzz eind december 2009 de stads- en streekdiensten voor het openbaar busvervoer in het concessiegebied Groningen en Drenthe verworven. Tot dat moment was busonderneming Arriva concessiehouder. Qbuzz is gebonden aan de CAO OV. Qbuzz hanteert, evenals voorheen Arriva, het zogenaamde Dienstenstatuut. In dat statuut staan onder meer de definities van op- en afstaptijden, dienstroosters en pauzes en wat valt onder het begrip “betaalde tijd”. Qbuzz stelt op basis van het Dienstenstatuut de roosters voor de stadsdiensten op. Op grond van de CAO OV moeten de dienstroosters zo worden opgesteld dat de zogenaamde op- en afstaptijden meetellen bij de berekening van de totale diensttijd. De op het Dienstenstatuut gebaseerde roosters voorzien daarin echter niet. Als gevolg hiervan telt een aantal specifieke op- en afstapdiensten voor de stadschauffeurs niet mee als diensttijd, waardoor zij de vergoeding ter zake mislopen. De kantonrechter oordeelt dat Qbuzz aldus ten nadele van de buschauffeurs afwijkt van de CAO OV, zodat ter zake een nabetaling dient plaats te vinden. Verder zijn partijen verdeeld over de vraag wat de standplaats van de buschauffeurs is. In de CAO OV is bepaald wat onder het begrip standplaats moet worden verstaan. Uitleg van de betreffende bepaling in de CAO leidt tot de conclusie dat Qbuzz een verkeerde standplaats heeft aangewezen. In de CAO OV is bepaald dat de pauzes van 30 minuten of meer die de buschauffeurs buiten hun standplaats houden als betaalde tijd moet worden aangemerkt. Waar dat het geval is, moet daarom eveneens een nabetaling plaatsvinden. Tot slot heeft de kantonrechter geoordeeld dat Qbuzz (ook) jegens FNV tekort schiet in haar verplichting om de bepalingen van de CAO OV integraal op de buschauffeurs toe te passen. Qbuzz is daarom jegens FNV schadeplichtig.
De uitspraak op rechtspraak.nl