Rb. Noord-Nederland 3 mei 2013, ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ9398

De rechtbank stelt vast dat het project locatie gebonden is en dat met name wordt beoogd de ecologische kwaliteit en de oppervlakte van belangrijke habitattypen, in het bijzonder de natte heiden, te verbeteren. In het licht hiervan kan naar het oordeel van de rechtbank aan ieder onderdeel van het gehele project het belang van de flora en fauna ten grondslag worden gelegd, tenzij bij een afzonderlijk onderdeel geen sprake is van samenhang met de overige onderdelen en dit niet samenhangende onderdeel op zichzelf niet is gericht op het belang van bescherming van flora en fauna. Met het hier geformuleerde uitgangspunt heeft de rechtbank de gronden beoordeeld die eiseres met betrekking tot afzonderlijke deelactiviteiten en de daarmee gediende belangen heeft aangevoerd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de ontheffing van artikel 11 van de Ffwet met betrekking tot de, zwarte specht en vleermuizen en de das kunnen verlenen nu hieraan het belang van de flora en fauna ten grondslag is gelegd en hiervan voldoende is gebleken gelet op het gehele project waarop de aanvraag ziet.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen