Rb. Noord-Nederland 6 november 2013, ECLI:NL:RBNNE:2013:7380
De vereffenaar vordert van de erfgenaam, die aanvankelijk ook executeur was, schadevergoeding uit onrechtmatige daad. Schadevergoeding aan de nalatenschap wordt (deels) toegewezen omdat de erfgenaam/executeur aanzienlijke bedragen van de nalatenschap naar zijn eigen rekening heeft overgemaakt zonder daarover rekening en verantwoording af te leggen. De vereffenaar vordert tevens overdracht van roerende zaken, althans vergoeding van de waarde daarvan. De erfgenaam/executeur stelt dat hij de roerende zaken van de nalatenschap heeft gekocht. De vraag is of het in artikel 3:68 BW neergelegde verbod op "selbsteintritt" van toepassing is op de executeur. De wetgever heeft deze vraag aan wetenschap en rechtspraak overgelaten. In dit geval heeft een rechtsgeldige koop sowieso niet plaatsgevonden omdat de erfgenaam/executeur al op het moment van overlijden van de erflater door erfopvolging eigenaar van de roerende zaken was geworden. Vordering van vereffenaar tot overdracht van de roerende zaken op grond van revindicatie kan niet worden toegewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 22 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 241 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 4:144 BW4
- Artikel 4:145 BW4
- Artikel 4:146 BW4
- Artikel 4:151 BW4
- Artikel 4:182 BW4
- Artikel 4:184 BW4
- Artikel 4:194 BW4
- Artikel 4:204 BW4
- Artikel 4:211 BW4
- Artikel 4:215 BW4
- Artikel 6:96 BW6
- Artikel 3:68 BW3
- Artikel 3:78 BW3
- Artikel 3:80 BW3
- Artikel 3:95 BW3