Rb. Noord-Holland 30 juni 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:8812

Beschikking van de meervoudige kamer over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing en over de gezagsbeëindiging. Ter zitting bleek niet zeker te zijn dat de vader op de hoogte was van de zitting. Gelet op de ingrijpende aard van de beslissingen weegt het recht van de vader op hoor en wederhoor zwaar mee. De rechtbank houdt de behandeling van de verzoeken daarom aan en verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing voor één maand, ter overbrugging tot de nieuw geplande zittingsdatum.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummers: C/15/373055 / JU RK 25-1831 & C/15/378308 / FA RK 26-2807
Datum uitspraak: 30 juni 2026
Beschikking van de meervoudige kamer over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing en over de gezagsbeëindiging
in de zaak met zaaknummer C/15/373055 / JU RK 25-1831 van
de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Amsterdam,
en in de zaak met zaaknummer C/15/378308 / FA RK 26-2807 van
de Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen: de Raad,
gevestigd te Haarlem,
over
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De rechtbank merkt in beide zaken als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
advocaat: mr. Y. Bruin, kantoorhoudende te Heerhugowaard,
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in het buitenland, op een voor de rechtbank onbekend adres,
advocaat: mr. M. Nentjes, kantoorhoudende te Rotterdam,
hierna gezamenlijk ook te noemen: de ouders,
de gezinshuisouders,
waarvan de namen voor de rechtbank bekend zijn,
hierna te noemen: de gezinshuisouders,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
De kinderrechter merkt daarnaast in de zaak met zaaknummer C/15/378308 / FA RK 26-2807 als belanghebbende aan:
de GI.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1 De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
C/15/373055 / JU RK 25-1831
de beschikking van 5 februari 2026 en de daarbij behorende stukken;
de schriftelijke update van de GI van 18 juni 2026 met bijlagen, waaronder de perspectiefbesluiten van 24 april 2026;
C/15/378308 / FA RK 26-2807
- het verzoekschrift van 20 mei 2026 met bijlagen.

1.2 De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
de moeder, bijgestaan door de waarnemend advocaat mr. V.R.L. Berkhout;
de advocaat van de vader;
de Raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] ;
- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] .
De vader is niet verschenen bij de zitting. Ook de gezinshuisouders zijn – met bericht van afmelding – niet verschenen. De rechtbank stelt vast dat zij allen juist zijn opgeroepen.

2 De feiten

2.1 De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .

2.2 [de minderjarige] verblijft in het gezinshuis van de gezinshuisouders.

2.3 Bij beschikkingen van 10 november 2023 en 22 november 2023 – in samenhang bezien – is [de minderjarige] met ingang van 9 november 2023 voorlopig onder toezicht gesteld en met een spoedmachtiging uit huis geplaatst. Bij beschikking van 7 februari 2026 is [de minderjarige] onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst. De maatregelen zijn daarna steeds verlengd, laatstelijk bij beschikking van 5 februari 2026, tot 7 augustus 2026, waarbij de kinderrechter de behandeling van het verzoek voor de overige zes maanden heeft aangehouden tot deze zitting.

2.4 Bij beschikkingen van 3 juli 2024 en 11 juli 2024 – in samenhang bezien – heeft de kinderrechter de GI toestemming verleend tot wijzing van het verblijf van [de minderjarige] van de pleegmoeder naar een gezinshuis.

3 Het verzoek van de GI

3.1 De GI handhaaft het verzoek en verzoekt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening te verlengen voor de duur van zes maanden. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Ter zitting heeft de GI aangegeven ook de perspectiefbesluiten (van beide ouders) van [de minderjarige] ter toetsing voor te leggen aan de rechtbank.

4 Het verzoek van de Raad

4.1 De Raad verzoekt het gezag van de vader te beëindigen en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Als dit verzoek wordt toegewezen, heeft de moeder alleen het gezag over [de minderjarige] .

5 De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

5.1 Door de omstandigheid dat [de minderjarige] en de moeder de Nederlandse nationaliteit
hebben en de vader de Surinaamse nationaliteit heeft, moet eerst de vraag worden
beantwoord of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot de verzoeken. Aangezien de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] zich in Nederland bevindt,
komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe ter zake van de verzoeken. Vervolgens is de
vraag aan de orde welk recht op de verzoeken van toepassing is. Dat is in dit geval het
Nederlands recht.

Aanhouding

5.2 De advocaat van de vader heeft ter zitting aangegeven dat zij sinds 9 juni 2026 geen contact meer heeft gehad met de vader en niet zeker weet of hij op de hoogte is van de zitting. Daarvoor was er wel contact tussen hen. Zij heeft de vader niet gesproken over de verzoeken en kan daarom niet namens hem een standpunt innemen over de gezagszaak en het perspectiefbesluit. De advocaat heeft daarom verzocht om aanhouding van de behandeling van de verzoeken.

5.3 De rechtbank stelt vast dat de oproepen voor de zitting voor de vader tijdig zijn verstuurd aan de advocaat van de vader. De vader is dus op juiste wijze opgeroepen. Desondanks gaat de rechtbank over tot aanhouding van de behandeling van de verzoeken over het gezag, de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing, gelet op het volgende. Gelet op de informatie van de advocaat is het niet tekenend voor de vader om niet bereikbaar te zijn voor de advocaat. Daarbij komt dat de te nemen beslissingen over de gezagsbeëindiging en over het perspectiefbesluit (dat samenhangt met de verlenging van de ondertoezichtstelling dan wel machtiging tot uithuisplaatsing) ingrijpende en verregaande beslissingen zijn. Het recht van de vader op hoor en wederhoor weegt daarom zwaar mee. Zijn advocaat kan namens hem ook geen standpunt innemen ten aanzien van de verzoeken om gezag en het perspectiefbesluit.

Korte verlenging maatregelen

5.4 Gelet op het aflopen van de termijn van de huidige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] en de volle zittingsagenda, is het niet mogelijk om voor het aflopen van deze termijn een nieuwe zittingsdatum te bepalen. De kinderrechter ziet daarom aanleiding om beide maatregelen ter overbrugging tot de inhoudelijke behandeling voor korte duur te verlengen, te weten voor de duur van één maand, met aanhouding van de overige vijf maanden. Uit de stukken blijkt dat aan de voorwaarden voor verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing wordt voldaan. De moeder en haar advocaat, de advocaat van de vader, de GI en de Raad hebben ter zitting met deze verlenging voor korte duur ingestemd.

5.5 De beslissing tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.

5.6 De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6 De beslissing

De rechtbank:

C/15/373055 / JU RK 25-1831

6.1 verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 7 september 2026;

6.2 verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening tot 7 september 2026;

6.3 verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.4 houdt de behandeling van het verzoek voor de overige vijf maanden aan tot de zitting van de meervoudige kamer op [datum] in het gerechtsgebouw De Appelaar, Simon de Vrieshof 1 in Haarlem, tegen welke zitting de moeder, mr. Bruin, de vader, mr. Nentjes, de Raad en de GI dienen te worden opgeroepen;

6.5 bepaalt dat een afschrift van deze beschikking tevens geldt als een oproep voor de zitting;

C/15/378308 / FA RK 26-2807

6.6 houdt de behandeling van het verzoek tot gezagsbeëindiging van de vader in zijn geheel aan tot de zitting van de meervoudige kamer op [datum] in het gerechtsgebouw De Appelaar, Simon de Vrieshof 1 in Haarlem, tegen welke zitting de moeder, mr. Bruin, de vader, mr. Nentjes, de Raad en de GI dienen te worden opgeroepen;

6.7 bepaalt dat een afschrift van deze beschikking tevens geldt als een oproep voor de zitting.
Deze beschikking is gegeven door mr. S. Ok, mr. A.K. Mireku en mr. G. Elst, kinderrechters, en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026, in aanwezigheid van mr. E.E. ten Kate als griffier, en vastgesteld en ondertekend op 6 juli 2026 door de voorzitter.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Aangehaalde artikelen