Rb. Noord-Holland 8 juli 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:8474
Luchtvaart. EPGV. De passagier vraagt compensatie en vergoeding van de meerkosten van een alternatieve vlucht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden. Het verweer slaagt niet omdat hij onvoldoende heeft onderbouwd dat hij de passagier (en zijn medereizigers) na de annulering een alternatieve vlucht heeft aangeboden. Daarnaast heeft hij niet weersproken dat de passagier hierdoor kosten heeft moeten maken voor het boeken van een alternatieve vlucht. Het verzoek wordt toegewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 12102267 \ CV FORM 26-981
Uitspraakdatum: 8 juli 2026
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
[verzoeker]
wonende te [plaats]
verzoekende partij
verder te noemen: de passagier
gemachtigde: [gemachtigde]
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
EasyJet Europe Airline GmbH
gevestigd te Wenen, Oostenrijk
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)
De zaak in het kort
De passagier vraagt compensatie en vergoeding van de meerkosten van een alternatieve vlucht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden. Het verweer slaagt niet omdat hij onvoldoende heeft onderbouwd dat hij de passagier (en zijn medereizigers) na de annulering een alternatieve vlucht heeft aangeboden. Daarnaast heeft hij niet weersproken dat de passagier hierdoor kosten heeft moeten maken voor het boeken van een alternatieve vlucht. Het verzoek wordt toegewezen.
1 Het procesverloop
1.1 Dit verloop blijkt uit:
het vorderingsformulier (formulier A);
het verweerschrift.
2 De feiten
2.1 De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem en vijf andere passagiers (hierna gezamenlijk: de passagiers) op 21 juli 2025 vervoeren van Ibiza, Spanje, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht EJU7878 (hierna: de vlucht).
2.2 De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
2.3 De (wettelijk vertegenwoordigers van de) overige passagiers hebben hun eventuele vorderingsrechten overgedragen aan de passagier.
2.4 De passagier heeft daarom compensatie en vergoeding van kosten van de vervoerder verzocht.
3 Het geschil
3.1 De passagier verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 3.186,69, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 juli 2025 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 443,67 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente; - de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2 De passagier baseert zijn verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht de compensatie moet voldoen van € 400,- per persoon. Daarnaast stelt hij dat de vervoerder hem na de annulering van de vlucht geen alternatieve vlucht heeft aangeboden. Daarom heeft hij op eigen initiatief een alternatieve vlucht naar de eindbestemming moeten boeken. Hij verzoekt daarom om de vervoerder te veroordelen tot betaling van de meerkosten van deze alternatieve vlucht.
3.3 De vervoerder voert verweer. Op het verweer wordt ingegaan bij de beoordeling van het geschil.
4 De beoordeling
4.1 De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
4.2 De vervoerder heeft aangevoerd dat mr. [gemachtigde] van ARAG niet over een (schriftelijke) volmacht beschikt en daarom niet kan optreden als gemachtigde van de passagier. De kantonrechter gaat aan dit betoog voorbij. Weliswaar heeft de passagier geen schriftelijke volmacht overgelegd, maar hij heeft met het overleggen van de boekingsdocumenten, de cessieakte en de paspoorten van de passagiers voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij ARAG heeft gemachtigd om namens hem te procederen. De vervoerder heeft niet betwist dat de overige passagiers hun eventuele vorderingsrechten aan hem hebben overgedragen, zodat de passagier ook in zoverre in het verzoek kan worden ontvangen.
4.3 De vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
4.4 De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder, ongeacht of de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, onvoldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging door de annulering te beperken. Het Hof heeft namelijk geoordeeld dat bij annulering van een luchtvaartmaatschappij mag worden verwacht dat zij alle middelen aanwendt om bij eerste gelegenheid en onder bevredigende voorwaarden redelijk alternatief vervoer voor de passagiers beschikbaar te stellen.
4.5 De vervoerder stelt in dit verband enerzijds dat hij de passagiers na de annulering de keuze heeft geboden tussen terugbetaling en omboeking, maar anderzijds dat er geen alternatieve vluchten voor hen beschikbaar waren. Wel krijgen passagiers van geannuleerde vluchten toegang tot een online portaal waarmee zij zichzelf kunnen omboeken, ook vanaf andere luchthavens. De passagiers hebben hier geen gebruik van gemaakt en hebben om terugbetaling gevraagd. Verderop stelt hij echter dat de passagiers wel degelijk zouden zijn omgeboekt.
4.6 De passagier heeft dit in het vorderingsformulier al bij voorbaat betwist. Hij voert aan dat de vervoerder hen geen enkel alternatief heeft aangeboden. Daarom hebben zij uiteindelijk gekozen voor terugbetaling en heeft hij op eigen initiatief de alternatieve vlucht geboekt, waarvoor hij meerkosten heeft gemaakt. Hij heeft ter onderbouwing onder meer de boekingsbevestiging voor de alternatieve vlucht overgelegd.
4.7 Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij na de annulering alle middelen heeft aangewend om alternatief vervoer voor de passagiers beschikbaar te stellen. Voor zover hij stelt dat zij deze mogelijkheid hebben gekregen via het online portaal, had het op zijn weg gelegen om deze stelling nader te onderbouwen, bijvoorbeeld door schermafbeeldingen van dit portaal te overleggen. Daarbij merkt de kantonrechter op dat het verweer van de vervoerder op dit punt zodanig rommelig is (en tegenstrijdig lijkt) dat moeilijk is te begrijpen wat hij bedoelt. Van de vervoerder mag worden verwacht dat deze op heldere en duidelijke wijze procedeert, zodanig dat de kantonrechter goed wordt voorgelicht en de zaak op de juiste manier kan beoordelen. In dit geval heeft de vervoerder niet aan die procesvoorwaarde voldaan.
4.8 Hiermee heeft de vervoerder niet alle redelijke maatregelen getroffen om de vertraging door de annulering te beperken. De verzochte compensatie zal worden toegewezen. De wettelijke rente over dit gedeelte van het verzoek is als anderszins onweersproken eveneens toewijsbaar.
4.9 De passagier vraagt daarnaast om vergoeding van de meerkosten van de alternatieve vlucht. De kantonrechter overweegt hierover als volgt. Het Hof heeft geoordeeld dat een passagier van een geannuleerde vlucht zich, om compensatie te verkrijgen, kan beroepen op de niet-nakoming door de luchtvaartmaatschappij van onder meer haar verplichting om bijstand te bieden. Hieronder valt ook haar plicht om informatie te verstrekken. Deze compensatie is wel beperkt tot hetgeen, gelet op de specifieke omstandigheden van elk geval, noodzakelijk, passend en redelijk is om het verzuim van de luchtvaartmaatschappij goed te maken.
4.10 Gelet op het voorgaande heeft de vervoerder niet voldaan aan zijn verplichting om bijstand te bieden. Hij heeft de passagiers immers niet de keuze gegeven tussen een alternatieve vlucht of terugbetaling van de ticketkosten. Hierdoor waren zij genoodzaakt om zelf een alternatief te boeken. De passagier heeft dit ook voldoende onderbouwd door middel van een betaalbewijs. Omdat de vervoerder dit voor het overige niet weersproken heeft, zullen de verzochte meerkosten voor de alternatieve vlucht eveneens worden toegewezen.
4.11 De wettelijke rente over dit gedeelte van het verzoek is toewijsbaar vanaf de dag van de ontvangst van het vorderingsformulier. De passagier heeft namelijk niet gesteld dat de vervoerder vanaf een eerdere datum in verzuim was met de betaling daarvan.
4.12 De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. De kantonrechter is van oordeel dat voldoende aannemelijk is gemaakt dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en dat hiervoor door de passagier kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Omdat het verzochte bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de verzochte buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.
4.13 De wettelijke rente over de buitengerechtelijke kosten is ook toewijsbaar, behalve dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van het indienen van het vorderingsformulier. De passagier heeft daar in ieder geval vanaf die datum recht op. Het is niet gesteld of gebleken dat hij dit ook al vanaf een eerdere datum had.
4.14 De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat hij ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt. De verzochte rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking.
4.15 Op verzoek van de passagier zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht.
5 De beslissing De kantonrechter:
5.1 veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 3.630,36, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.400,00 vanaf 29 juli 2025 en over € 1.230,36 vanaf 2 februari 2026 tot aan de dag van de algehele voldoening;
5.2 veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op € 265,00 aan griffierecht en € 253,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 126,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening;
5.3 wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open