Rb. Noord-Holland 10 juni 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:7232

Luchtvaart. EPGV. De passagier vraagt compensatie en vergoeding van kosten van de vervoerder vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden. Het verweer slaagt niet omdat hij onvoldoende heeft onderbouwd dat hij de passagier (en zijn medereizigers) na de annulering een alternatieve vlucht heeft aangeboden. Daarnaast heeft hij niet weersproken dat de passagier hierdoor kosten heeft moeten maken voor het boeken van een alternatieve vlucht en dat hij de ticketprijzen nog niet volledig heeft terugbetaald. Het verzoek wordt toegewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 12102003 \ CV FORM 26-971
Uitspraakdatum: 10 juni 2026
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
[verzoeker]
wonende te [plaats]
verzoekende partij
verder te noemen: de passagier
gemachtigde: mr. R.N.J. Mol (ARAG SE)
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
EasyJet Europe Airline GmbH
gevestigd te Wenen, Oostenrijk
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)

De zaak in het kort

De passagier vraagt compensatie en vergoeding van kosten van de vervoerder vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden. Het verweer slaagt niet omdat hij onvoldoende heeft onderbouwd dat hij de passagier (en zijn medereizigers) na de annulering een alternatieve vlucht heeft aangeboden. Daarnaast heeft hij niet weersproken dat de passagier hierdoor kosten heeft moeten maken voor het boeken van een alternatieve vlucht en dat hij de ticketprijzen nog niet volledig heeft terugbetaald. Het verzoek wordt toegewezen.

1 Het procesverloop

1.1 Dit verloop blijkt uit:
het vorderingsformulier (formulier A);
het verweerschrift.

2 De feiten

2.1 De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem, [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 3] (hierna gezamenlijk: de passagiers) op 3 juli 2025 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Praag, Tsjechië, met vlucht EJU7929 (hierna: de vlucht)

2.2 De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.

2.3 [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 3] hebben hun eventuele vorderingsrechten overgedragen aan de passagier.

2.4 De passagier heeft daarom compensatie en vergoeding van kosten van de vervoerder verzocht.

3 Het geschil

3.1 De passagier verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 4.053,14, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 september 2025 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 530,31 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente; - de proceskosten en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2 De passagier baseert zijn verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht de compensatie moet voldoen van € 250,- per persoon. Daarnaast stelt hij dat de vervoerder hen na de annulering van de vlucht geen alternatieve vlucht naar de eindbestemming heeft aangeboden en hem ook de kosten voor de vliegtickets niet volledig heeft terugbetaald. Daarom moest hij een alternatieve vlucht en een hotelovernachting voor de passagiers boeken, voor een totaalbedrag van € 3.725,95. De vervoerder heeft hem al een gedeelte van dit bedrag vergoed. Daarom vraagt hij om betaling van het resterende gedeelte van € 3.053,14.

3.3 De vervoerder voert verweer. Op het verweer wordt ingegaan bij de beoordeling van het geschil.

4 De beoordeling

4.1 De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.

4.2 De vervoerder heeft aangevoerd dat mr. R.N.J. Mol van ARAG niet over een (schriftelijke) volmacht beschikt, zodat hij in deze procedure niet kan optreden als gemachtigde van de passagier. De kantonrechter gaat aan dit betoog voorbij. Weliswaar heeft de passagier geen schriftelijke volmacht overgelegd, maar hij heeft met het overleggen van de boekingsdocumenten, de cessieakte en de paspoorten van de passagiers voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij ARAG heeft gemachtigd om namens hem te procederen. De vervoerder heeft niet betwist dat de overige passagiers hun eventuele vorderingsrechten aan hem hebben overgedragen, zodat hij ook in zoverre in het verzoek kan worden ontvangen.

4.3 De vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.

4.4 De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder, ongeacht of de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, onvoldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging door de annulering te beperken. Het Hof heeft namelijk geoordeeld dat bij annulering van een luchtvaartmaatschappij mag worden verwacht dat zij alle middelen aanwendt om bij eerste gelegenheid en onder bevredigende voorwaarden redelijk alternatief vervoer voor de passagiers beschikbaar te stellen.

4.5 De vervoerder stelt in dit verband enerzijds dat hij de passagiers na de annulering de keuze heeft geboden tussen terugbetaling en omboeking, maar anderzijds dat er geen alternatieve vluchten voor hen beschikbaar waren. Wel krijgen passagiers van geannuleerde vluchten toegang tot een online portaal waarmee zij zichzelf kunnen omboeken, ook vanaf andere luchthavens. De passagiers hebben hier geen gebruik van gemaakt en hebben om terugbetaling gevraagd.

4.6 De passagier heeft dit in het vorderingsformulier al bij voorbaat betwist. Hij voert aan dat de vervoerder hem en zijn medereizigers na de annulering geen enkele alternatieve vlucht heeft aangeboden. De vervoerder heeft hen slechts verwezen naar de balie waar zij tegen betaling een alternatieve vlucht konden boeken. Dit hebben zij gedaan en zo hebben zij de meerkosten voor de alternatieve vlucht gemaakt.

4.7 Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder hiermee onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij alle middelen heeft aangewend om redelijk alternatief vervoer voor de passagiers beschikbaar te stellen. Hij heeft immers onvoldoende concreet weersproken dat zij op de luchthaven slechts zijn verwezen naar een balie waar zij tegen betaling een alternatieve vlucht konden boeken en dat zij niet zijn gewezen op de mogelijkheid van kosteloze omboeking. Voor zover hij beoogde aan te voeren dat zij deze mogelijkheid hebben gekregen via het online portaal, had het op zijn weg gelegen om deze stelling nader te onderbouwen, bijvoorbeeld door schermafbeeldingen van dit portaal te overleggen. Ten slotte is niet gesteld of gebleken dat hij de passagiers op de luchthaven op deze mogelijkheid heeft gewezen. Daarmee heeft hij niet alle redelijke maatregelen getroffen om de vertraging te beperken. Het verzoek tot compensatie zal worden toegewezen. De wettelijke rente over dit gedeelte van het verzoek is als anderszins onweersproken eveneens toewijsbaar.

4.8 De passagier verzoekt daarnaast om terugbetaling van de ticketkosten van de alternatieve vlucht. De kantonrechter begrijpt dat hij stelt dat de vervoerder hem de ticketkosten van de oorspronkelijke vlucht nog niet volledig heeft terugbetaald en dat hij voor de alternatieve vlucht een bedrag van € 3.245,00 heeft betaald. Ook was het hiervoor nodig om een hotelovernachting te boeken, ter waarde van € 480,95. De vervoerder heeft hiervan al een gedeelte vergoed. Daarom verzoekt hij om vergoeding van het resterende gedeelte van € 3.053,14.

4.9 De kantonrechter overweegt als volgt. Het Hof heeft geoordeeld dat een passagier van een geannuleerde vlucht zich, om compensatie te verkrijgen, kan beroepen op de niet-nakoming door de luchtvaartmaatschappij van onder meer haar verplichting om bijstand te bieden. Hieronder valt ook haar plicht om informatie te verstrekken. Deze compensatie is wel beperkt tot hetgeen, gelet op de specifieke omstandigheden van elk geval, noodzakelijk, passend en redelijk is om het verzuim van de luchtvaartmaatschappij goed te maken.

4.10 Gelet op het voorgaande heeft de vervoerder niet voldaan aan zijn verplichting om bijstand te bieden. Hij heeft de passagiers immers niet de keuze gegeven tussen een alternatieve vlucht of terugbetaling van de ticketkosten. Hierdoor waren zij genoodzaakt om zelf een alternatief te boeken. De passagier heeft dit ook voldoende onderbouwd door middel van een betaalbewijs. Omdat de vervoerder dit voor het overige niet weersproken heeft, zullen de verzochte (meer)kosten voor de alternatieve vlucht eveneens worden toegewezen.

4.11 De wettelijke rente over dit gedeelte van het verzoek is toewijsbaar vanaf de dag van de ontvangst van het vorderingsformulier. De passagier heeft namelijk niet gesteld dat de vervoerder vanaf een eerdere datum in verzuim was met de betaling daarvan.

4.12 De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. De passagier heeft hiertegenover onvoldoende aangetoond en onderbouwd dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Het verzoek tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover verzochte rente) moet daarom worden afgewezen.

4.13 De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt. De verzochte rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking.

4.14 Op verzoek van de passagier zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht.

5 De beslissing De kantonrechter:

5.1 veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 4.053,14, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.000,00 vanaf 5 september 2025 en over € 3.053,14 vanaf 17 februari 2026 tot aan de dag van de algehele voldoening;

5.2 veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op € 265,00 aan griffierecht en € 288,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 144,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening;

5.3 wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken